Zonnecellen of fotovoltaïsche cellen (PV-cellen) zetten opvallend
(zon)licht door middel van een fysisch proces om in elektriciteit. Er
besaan drie typen zonnecellen: amorfe, monokristallijne en
multikristallijne silicium zonnecellen. Zonnecellen van multikris-
tallijn worden het meest toegepast, deze zijn goedkoper en
eenvoudiger te maken dan zonnecellen
van monokristallijn. Het rendement van deze cellen is in het
algemeen ook lager. Ook worden systemen met amorfe zonnecellen
toegepast. Op hoofdlijnen zijn twee typen systemen te onderschei-
den: netgekoppelde en autonome PV-systemen.

 

Netgekoppelde systemen
Bij woningen worden meestal netgekoppelde systemen toegepast.
Bij deze systemen wordt het teveel aan opgewekte elektriciteit aan
het openbare elektriciteitsnet geleverd (de meter
loopt ‘terug’). De opbrengst wordt aan de hand van –tussen
bewoners en elektriciteitsbedrijf afgesproken- teruglevertarieven in
mindering gebracht op de post elektra van de energierekening.
Voordeel van een netgekoppeld systeem is dat op momenten dat de
zon onvoldoende elektriciteit levert, de benodigde elektriciteit via
het net geleverd kan worden. Dit zorgt voor een bedrijfszeker
systeem.

 

Autonome systemen
Autonome systemen hebben accu’s waarin het teveel aan opgewekte
elektriciteit wordt opgeslagen. Deze systemen komen bijvoorbeeld
voor bij zomerhuisjes. Deze woningen
zijn meestal niet aangesloten op het landelijke elektriciteitsnet.
Zonnecellen worden in serie geschakeld en leveren gelijkstroom.
Ons elektriciteitsnet werkt echter met wisselstroom. Om dit verschil
op te heffen is een PV-systeem voorzien van een omvormer die de
gelijkstroom omzet in wisselstroom. Bij woningbouw worden
meestal PV-panelen toegepast. Andere uitvoeringen zijn: zonnecel-
len verwerkt in zonwering of glazen dak, als film over een strook
dakpannen, als element dat als een rij pannen tussen de andere
pannen gelegd kan worden, als cel per dakpan, als strook verwerkt
in kunststof dakbanen (plat dak) en als film op een metalen
dakpaneel. De opbrengsten lopen sterk uiteen.

 

 

 

Utiliteitsbouw
Bij utiliteitsbouw worden PV-systemen vaak op daken geplaatst. Het
is echter ook mogelijk om zonnecellen toe te passen in gevels en als
zonwering. De opbrengst van dergelijke PV-systeem is, door de niet
optimale oriëntatie, in het algemeen lager dan van een goed
opgesteld daksysteem.

 

Energieopbrengst
Bij zonnecellen is sprake van een energieopbrengst. Deze wordt
uitgedrukt in een jaaropbrengst. In de EPG-methodiek wordt de
jaaropbrengst van de zonnecellen in mindering gebracht op het
totale energiegebruik per jaar. Wanneer er meer energie geprodu-
ceerd wordt door de zonnecellen dan er per jaar op het perceel
gebruikt wordt (ook het gasverbruik wordt gecompenseerd), dan
wordt het gebouw gezien als energieleverend. De EPC kan in deze
situaties dus zelfs kleiner dan 0 worden. De jaaropbrengst van het
PV-systeem moet worden berekend en is afhankelijk van:

  • de jaarlijkse hoeveelheid opvallende zonnestraling, afhankelijk
    van oriëntatie en hellingshoek;
  • het type PV-systeem (reductiefactor RF). De reductiefactor kan
    forfaitair worden bepaald. Indien een afwijkende waarde is
    toegepast moet deze naar beneden zijn afgerond op een veelvoud
    van 0,01;
  • het type PV-cel; gegevens (o.a. Watt-piek vermogen per m2)
    kunnen worden opgevraagd bij de betreffende fabrikant. NEN
    7120 geeft (veilige) richtgetallen variërend van 55 Wp/m2 (amorf)
    tot 135 Wp/m2 (monokristallijn);
  • de oppervlakte van de PV-cellen;
  • eventuele beschaduwing van het systeem.